Voorwoord

Eind jaren ’80 maakte ik voor het eerst kennis met dé computer.

Ik zat op een traditionele basisschool. We zaten in rijen, twee aan twee. oude klaslokaalDe leerkracht legde uit met behulp van het krijtbord en we moesten klassikaal sommetjes maken, klassikaal lezen en klassikaal spellen. Zo ging het in mijn beleving dag in dag uit. Tegenwoordig zou dit als saai bestempeld worden, maar we wisten niet beter.

Ik kan me het moment nog goed voor de geest halen dat de meester van groep 7 voorzichtig een log apparaat op een rijdend plateau de klas binnen rolde. Het kreeg in de ochtend een plekje achterin de klas naast een oude boekenkast.

Aan het eind van de dag werd het weer keurig de klas uitgerold en veilig opgeborgen.

In mijn beleving heb ik slechts enkele keren plaatsgenomen achter de brommende computer om gedurende korte tijd sommetjes te maken. Het apparaat had iets bijzonders, maar tegelijk ook iets saais, want het betrof hetzelfde als voorheen: zo snel mogelijk antwoord geven op plus- en minsommen.

Dit type onderwijs van pakweg 25 jaar geleden is naar mijn idee geheel achterhaald. De tijd dat kinderen de hele dag stilzitten in de klas en alleen via de een monoloog van de leerkracht of de inhoud van boeken leren ligt ver achter ons.

Kinderen halen hun kennis tegenwoordig overal vandaan, onder andere via multimedia. Diezelfde multimedia hebben hun intrede in de school gedaan.

Naast de computer, gebruiken we andere digitale hulpmiddelen zoals tablets en digiborden. En dit is nog maar het begin, de mogelijkheden lijken eindeloos en de ontwikkelingen gaan razendsnel.

We leven in een tijdperk waarin de leerkracht met behulp van ICT de wereld letterlijk de klas in kan halen.

Miguel Martinez